Prima materia

Prima materia (Latijn: Eerste materie of stof) is een begrip uit de alchemie. Het duidt geen materie in de gewone zin aan, maar eerder een potentieel tot materie. Het begrip is essentieel in de alchemie, om de theorie van transmutatie van gewone metalen in edele metalen te ondersteunen. De 'eerste materie' is ook in negatieve zin te begrijpen als dat wat rest nadat alles aan een object is ontnomen wat het aan karakteristieken bezat. Het begrip prima materia (materia prima) als 'materie zonder vorm' is mogelijk terug te voeren op een concept uit Aristoteles' metafysica, al is dit niet onomstreden.

Principe

Alchemie steunt, zoals alle 'magische kunsten' ,op het geloof dat het universum een eenheid is. Om tussen alle diversiteit een principe te vinden dat ordelijk en onveranderlijk bleef, gaven de alchemisten het de naam 'prima materia'. Het heeft geen kwaliteiten of kwantiteiten, maar bevat het potentieel van alle dingen. Tot in de 18e eeuw bleven alchemisten geloven dat een object van zijn eigenschappen kon worden ontdaan zodat het gereduceerd werd tot 'prima materia', waarna andere en 'betere' eigenschappen konden worden toegevoegd. Op die manier kan de transmutatie van lood naar goud bijvoorbeeld worden begrepen: het lood wordt eerst 'afgebroken' via een aantal alchemistische procedures tot de prima materia - ook Steen der Wijzen genoemd - waarna het tot goud kan worden omgevormd, meestal door er een kleine hoeveelheid goud aan toe te voegen. Het proces waarbij materie wordt gereduceerd tot prima materia heet in de alchemie negrido of het zwart maken, zuiveren van de stof. De 'geest' (stoom) die daarbij vrijkwam noemden ze de 'zwarte kraai', 'zwarte zon' of 'ravenkop'.

De prima materia werd in het proces van de transmutatie ook al vroeg "mercurium" genoemd, niet het gewone mercurium (kwikzilver), maar het "mercurium der filosofen". Het zou dan het mercurium zijn, bevrijd van de 4 elementen van Aristoteles - vuur, aarde, lucht en water - of meer precies van de kwaliteiten die ze representeren. Wat de alchemist dus moest doen, was het gewone kwik ontdoen van zijn 'aardse' eigenschappen en zijn 'water'eigenschappen en het vastleggen door 'lucht' weg te nemen. De aldus bekomen prima materia moest dan nog met sulphur en soms met arsenicum behandeld worden om er de gewenste eigenschappen aan toe te voegen. De 'sulphur' was ook geen gewone sulphur, maar het daaruit afgeleide principe, waaruit dan de Steen der wijzen werd gevormd - wit voor zilver en geel of rood voor goud.