Nicolas Flamel

Nicolas Flamel was een gereputeerd Frans alchemist en koppiïst aan de universiteit van Parijs. Hij werd geboren in Parijs of in Pontoise omstreeks 1330, en stierf in Parijs rond 1418. Hij kreeg na zijn dood de reputatie van succesvol alchemist door zijn zoektocht naar de Steen der wijzen. Volgens de legende zou Nicolas Flamel op deze manier samen met zijn vrouw Perenelle, die ook een alchemist was, onsterfelijkheid hebben bereikt en nu nog ergens rondlopen. Het gros van zijn nalatenschap kwam toe aan de kerk van Saint-Jacques-la-Boucherie, waar hij ook begraven werd. Gedurende zijn leven schonk hij veel aan liefdadigheidswerk en religieuze doelen uit het fortuin dat hij vergaard had. Dat fortuin verkreeg hij ofwel door de uitoefening van zijn ambt, of door gelukkige investeringen of, zoals de legende het wil, door zijn alchemistisch werk. Volgens een document, naar verluidt door hemzelf geschreven in 1413 kocht hij in 1357 voor het bedrag van 2 florijnen een boek over alchemie van Abraham de jood waar in eenvoudige bewoordingen de transmutatie van metaal naar goud in beschreven stond. Alleen de Prima materia ontbrak of was vaag afgebeeld, en daar zou Flamel de volgende twintig jaar van zijn leven vruchteloos naar zoeken. Uiteindelijk ontmoette hij tijdens een terugreis uit Spanje een christelijke jood, een zekere Canches, die hem de langverwachte uitleg gaf. Flamel werkte nog drie jaar intensief door en slaagde er naar eigen zeggen in om de prima materia te maken. Dat stelde hem (volgens datzelfde eigenhandig geschreven document) in staat om in 1382 kwik om te vormen tot zowel zilver als goud. Dit verhaal werd echter ontmaskerd als een verzinsel na onderzoek van Parijse documenten uit zijn parochie, zoals beschreven in Vilains "Essai sur l’histoire de Saint-Jacques-la-Boucherie" uit 1758 en zijn "Histoire critique de Nicolas Flamel et de Pernelle sa femme, recueillie d’anciens anciens qui justifient l’origine et la médiocrité de leur fortune contre les imputations des alchimistes" uit 1761. Een boek over alchemie in de (oude) Bibliotheek van Parijs met de titel "Le Trésor de philosophie" werd eerst beschouwd als authentiek van Flamels hand, maar daar zijn twijfels over gerezen. Ook andere alchemistische verhandelingen die zijn naam als auteur vermelden zijn zo goed als zeker namaak, zoals bijvoorbeeld "Sommaire philosophique de Nicolas Flamel" uit 1561. (Over de transformatie van metalen). Flamel stierf waarschijnlijk in 1418, maar zijn graf is leeg. Er ontstonden naar aanleiding daarvan geruchten dat hij nooit gestorven is en tot op de dag van vandaag zou verder leven. De grafsteen, die hij in 1410 zelf had helpen ontwerpen, vol met vreemde tekens en symbolen, wordt nu tentoongesteld in het Musée de Cluny te Parijs.