Alchemie studeren

"I had discovered, early in my researches, that their doctrine was no mere chemical fantasy, 

but a philosophy they applied to the world, to the elements, and to man himself."

—W. B. Yeats, Rosa Alchemica 

Sinds einde 20e eeuw is er vanuit academische hoek veel meer belangstelling voor westerse esoterie en dus ook voor alchemie gekomen. Alchemie wordt in deze discipline bestudeerd als deel van wat  hedendaagse geesteswetenschappers de drie traditionele wetenschappen van de westerse esoterie noemen: astrologie, magie en alchemie.. 

De onderdelen van alchemistische studie zijn als volgt op te sommen: metalen (goud, zilver, koper, lood, kwik, tin, ijzer); de zichtbare planeten; de elementen (aarde, lucht, water, vuur, aether); en de alchemistische processen die een rol spelen bij de transmutatie van gewone tot edele metalen: verval, zuivering en perfectie.

Wetenschap of kwakzalverij?

Alchemie is een natuurfilosofie met een praktisch aspect, gebaseerd op de hermetische wijsheid  "zo boven, zo beneden". Door observatie en door het verwerven van inzicht in het samenspel van stoffen en krachten, hoopten alchemisten hun doelen te bereiken. Zij wilden niet alleen goud kunnen maken ("chrysopoeia"), maar streefden eveneens naar het ontdekken van een universeel medicijn voor alle kwalen. Om deze doelen te bereiken, diende de Steen der Wijzen te worden gemaakt in het labo.

Alchemie wordt nu als pseudowetenschappelijke discipline beschouwd, al is de term 'voorwetenschappelijk' of 'protowetenschappelijk' hier eerder van toepassing, omdat de criteria voor wat als 'wetenschappelijk' kan gelden pas veel later werden opgesteld.  Het onderscheid tussen chemie en alchemie bestond in oudheid, middeleeuwen en renaissance helemaal niet. Praktische alchemie heeft als traditionele wetenschap ongetwijfeld bijgedragen aan de chemie vóór de moderne tijd, met de ontdekkingen van zuurstof, waterstof, fosfor; de elementaire aard van goud, lood, antimoon; en het harden van metalen. Vernieuwende wetenschappers als Roger Bacon en Isaac Newton hielden zich ook nog met alchemie bezig. 

Sinds de Verlichting wordt alchemie geassocieerd met kwakzalverij en hebzucht, doordat men alchemie in enge zin interpreteerde als het kunstmatig produceren van goud. Uit de alchemistische teksten van de belangrijkste auteurs blijkt echter dat zij naar meer streefden dan kennis over de natuurlijke wereld alleen. Hun streven kan men voorstellen als drieledig, met telkens een spiritueel en praktisch aspect voor elk doel dat zij zich stelden:

  1. Het 'Grote Werk': de transmutatie van gewone naar edele metalen door middel van de lapis philosophorum, de "Steen der Wijzen".

  2. Het ontdekken van het levenselixer,  een universeel medicijn.

  3. De re-integratie, verzoening van geest en materie.

 

"Alchemy may be compared to the man who told his sons that he had left them gold buried somewhere in his vineyard;

where they, by digging found no gold, but by turning up the mould about the roots of the vines, procured a plentiful vintage.

So the search and endeavours to make gold have brought many useful inventions and instructive experiments to light."

-Francis Bacon, De Augmentis Scientiarium, 1623